Voor Paul, de inktvis
juli 11th, 2010 § Geef een reactie
Een gedicht uit de oude doos (+/- 1990)
OCTOPUS
De
inktvis
kent men pas
sinds men hem schrijft
Ver
voorheen
heette hij
wellicht achtpoot
Of een woord dat
een week een
dag meer
bood
Een woord waarmee
een inktvis
weekdier
blijft.
Ruben van Gogh
WK gedicht (4)
juli 9th, 2010 § Geef een reactie
Namens het Utrechts Dichtersgilde schreven Chrétien Breukers (1e strofe), Ingmar Heytze (1e volledige versie) en ik (kleine wijzigingen en Ondiep-bijdrage) een gesammt Künstwerk voor het AD-UN, welke gisteren het Utrecht-katern opende.
wesley sneijder: door oefening sterk
Van Basten, Wouters, Vanenburg. Van Hanegem
en Nol de Ruiter. Helden uit een ver verleden.
Utrechters. Of Utrechters van hart. Ze kijken
nu welwillend neer op Wesley Sneijder, die het leed
van vier- en achtenzeventig verzachten moet.
Het wordt een broeierige zondagavond. Ook Ondiep
houdt de adem in. Twee broers als verre secondanten
op de bank. Dit is zijn jaar. Ze weten dat het komt,
die uiterste seconde, dat hij uithaalt, afmaakt en
elk beeldscherm op de wereld vult met zijn gezicht –
hij grijnst: zoals die jochies in Ondiep dat doen,
alsof ze alles kunnen. En zondag gaat het dus gebeuren:
Nederland wordt wereldkampioen. Een jongensdroom.
Een kunstwerk bij de aanvang van dit Rietveldjaar.
Er zit nog grond uit Utrecht tussen Sneijders noppen.
Breukers/Heytze/Van Gogh, namens Het Utrechts Dichtersgilde
WK gedicht (3)
juni 28th, 2010 § Geef een reactie
VAN PERSIE, ROBBEN, HUNTELAAR
Ned-Kam 2-1
De mens was wederom in menigten
Bijeen
Er waren er gevangen in een volk,
Zij keken
Er waren er gevangen in een lichaam,
Zij werden bekeken
Er waren er gevangen in iets
Van een hapering
Tussen volk en lichaam in, zij keken
Naar zichzelf en werden bekeken
Het volk werd tot tweemaal toe één
Lichaam, en de drie
Die ieder hun belichaming hervonden
Maakten samen die twee,
Waarvan de één die het niet deed
Duidelijk een punt had gemaakt
Vond hij, terugkijkend
Op zichzelf
Ruben van Gogh
Die Denen
juni 14th, 2010 § 1 reactie
Onderschat die Denen niet. In 1992, toen een flink aantal Europese landen voor één Europa koos (Europa ’92, was de gevleugelde kreet die dit moest begeleiden), zou Joegoslavië meedoen aan het EK voetbal. Het land viel uit elkaar, voorbode van een bloedige periode en Denemarken mocht de vacante plaats op het EK innemen. Een wildcard met verstrekkende gevolgen, want het land, dat bij referendum overigens tegen Europa ’92 had gekozen, werd Europees kampioen.
Het wereld-optimisme, dat enkele jaren daarvoor met de val van de muur in gang was gezet en muzikaal was begeleid door Lenny Krevitz’s: Let Love Rule, was zo’n beetje ten einde gekomen.
Ik danste wat in de Groningse discotheek Warhol rond, ontmoette een leuke Schotse en raakte die dezelfde avond al weer kwijt – ik wist niet of Europa wel wat voor mij was.
WARHOL
Europa ’92, roep ik
en sla mijn armen om een Schotse schone.
Van alle kanten raast muziek, van trotse veldslagen
elders wordt niet meer vernomen.
Hier botsen jongens, meisjes
met doorlopen ogenblik tegen elkaars flanken,
rookdampen bewegen zich grommend
tussen de verloren zonen.
De Schotse deerne is al weer verdwenen,
weer een mooie dame kwijt. Iemand schreeuwt
en wankelt op zijn benen: We zijn verloren,
verloren in de tijd, lang leven de Denen!
Langs de kant strompelen de gewonden
en wachten tot die ene is gevonden,
want de kou, de kou grijnst aan de ruiten
en iedereen verlangt een overwinning
in de strijd. Bij de uitgang maakt de wachter
een gebaar: Niemand, niemand gaat er
nog naar buiten, hierbinnen
dansen wij alleen nog maar.
Ruben van Gogh
Remake van Korreltjie sand
november 28th, 2009 § Geef een reactie
Voor literatuurfestival Wintertuin maakte ik een ‘remake’ van Ingrid Jonkers klassieker Korreltjie sand.
Deze, en andere bewerkingen van klassiekers door hedendaagse dichters, werden verenigd in de uitgave ‘Nu u!‘
Nu ik:
.
Het begon met een korreltje zand, nee,
daar eindigde het mee, het begin
was de wereld, nee, het einde, nee, nee.
In het begin was al het einde in zee gelegen,
als potentie, door niets vermoed, wemelend
met wat er daar maar te wemelen viel,
alvorens een vage notie van een ooit nog
ergens te moeten beginnen voorgoed voorbij
voedingsbodem vond in een aanvangsdrang
die leidde tot een voortdurend voortplanten,
het eigen verloren gaan voorkomen in een ander;
begin van een uitgesteld vergeten zijn, totdat het
met horten en stoten ons leven bereikte. De dood,
het niet. Maar het begon met een korreltje zand, nee,
daar eindigde het mee, deze laatste dag: de wereld,
de zee, zonsondergang, het korreltje zand dat vast-
plakken bleef aan de rand van een groots en zilt begin
- ik ging in, verdween, kwam, was alles vergeten.
Ruben van Gogh
zeven maal Zuid Afrika (7)
maart 16th, 2008 § Geef een reactie
En bij de deur staat Zed
you can call me just like that
geen poseur, geen portier,
maar rots in de branding;
de chauffeur die onze bus
vlot de lange nacht door loodst,
wel zeer hoge bergkammen over
langs zerken van verweerd graniet.
Driewerf Händel halleluja
schettert door de open ramen,
echoot amen, almaar amen
in een eeuwigheid die knettert
tot in het verre zwerk, het grote niet.
Zed? Hij moet lachen: ja man?
We worden moe, breng ons naar huis,
voorbij dit vreemde zuiderkruis,
richting bed, dek ons toe
met deze deken, deze nacht.
Maar wacht nog even,
we leven Zed, we leven,
sla acht op dat gegeven.
Zed wacht, geeft gas
en lacht nog even.
Ruben van Gogh
Zeven maal Zuid Afrika (6)
maart 15th, 2008 § 1 reactie
Die toren van woorden, dat verheven podium,
betreden door aanbeden woordenspuwers,
rijkt hoger en hoger naarmate
de avond vordert, en nóg heerst er
een haast wellustige taalhonger beneden
aan de voet van het spreekgestoelte.
Zij zijn de nieuwe uitverkorenen, roept ze
in m’n oor — ik had haar al gezien,
helemaal in het begin, ze ging me voor
naar voren, waar we nu onopgemerkt zijn
opgegaan in een joelende mensenmassa.
Tot leven geblazen metaforen, als manna
over de hoofden uitgestrooid, bespelen
de openstaande oren, zodat we vergeten
wat we horen, enkel het strelen
van zinnen ondergaan, het geselen
van mitsen en maren. Dat gemengde koor van
hese kelen blijft ons geselen en strelen,
totdat we niet meer weten, en alleen
de ander toebehoren, tot elkaar ingaan
in gedachten die niet langer meer
de onze schijnen, maar onszelf
gewórden zijn, adem hebben gekregen in
deze verscheidenheid aan vreemde talen.
Ze draagt kleren die haar staan,
maar wat doet dat er nog toe, nu
we alles opnieuw moeten bepalen.
Hier begint het leven
zoals het ooit moet zijn begonnen, toen;
ik weet van de savanne buiten,
daarachter de onmetelijke wereld
die nog altijd verlangt bevolkt te worden
door ons, door haar, door mij
Ruben van Gogh
Zeven maal Zuid Afrika (5)
maart 14th, 2008 § Geef een reactie
Ik ben geen dichter, zegt ze, ik ben
een expressionist, en als er wat
in het Engels mist of Afrikaans,
dan klik ik er gewoon iets anders aan.
We mochten niet spreken, niet
in onze moedertaal, nu willen we
het allemaal. Het is een storm
die al in ons zat die op is
gaan steken. We werden niet gehoord
in de luwte; vergeleken met die stilte
klinkt elk woord nu als nieuwe wind die iets
te breken vindt. We hoeven het niet te lezen
van papier want het staat hier, dat
uitroepteken. Ze slaat zichzelf op de borst,
staat gevuld met elf officiële talen
verhaal te halen voor een luisterend gehoor.
Dan volgt een oratie vol van fixatie
op alle bloedlijnen die in haar zijn.
Ik voelde me zelden zo wit, witter
dan dit gedichtenwit, waar nog altijd
wel iets van zwart in zit, minstens inkt
van een enkele verdwaalde vraagteken
waar blanke letterkundigen op promoveren
in proefschriften die uit de wind liggen
te verbleken in fluisterstille bibliotheken.
Ruben van Gogh
Zeven maal Zuid Afrika (4)
maart 13th, 2008 § Geef een reactie
De ene voet met altijd iets van weemoed
nog in Afrika, de andere waar dan ook
de blanke handelaar hem bracht.
Ik had hem kunnen zijn,
die slavendrijver, ik was hem niet;
en als ik hem al was, was het beter
te vergeten en wist ik het niet meer.
Hij had hem kunnen zijn, net zo goed,
alleen zat hij een beetje vast
aan de andere kant van de lijn,
op een benauwde plek met een ketting
om zijn nek die hem als navelstreng
voor altijd binden zou aan zijn familie.
Met de jaren verder weg: zijn zus werd zo
een verre nicht, zijn oom een oud verhaal.
Zo krijg je broeders waar ik in elke blanke
man een vreemde zie. Nu zijn we weer terug
en lopen, de handen op de rug gevouwen,
heel normaal beschaafd als een soort
van Sjors en Sjimmie over de savanne,
proberen het nog wat uit te praten.
Niet eerder was ik zozeer een Hollander
en de felle zon kent geen genade,
schijnt uitgelaten over Afrika.
Ruben van Gogh
Zeven maal Zuid Afrika (3)
maart 12th, 2008 § Geef een reactie
Hij maakt bloemen van metaal. Vooral
de roos is zeer gecompliceerd: dat hele
proces wat er aan de totstandkoming
van een bloem voorafgaat is enorm.
Het is liefde bij het geven, maar bloed
voor wie de frisdrankblikjes moet snijden
tot de juiste vorm, de stengel
van authentieke stekels moet voorzien.
Maar goed, ze bloeien dan ook ontzettend
lang en rood. Later zal ik nog giraffes
tegenkomen van rose kralen, die gaan ook
niet dood, houten auto’s die het doen
zonder onderhoudsbeurt, en mijn kamer
ziet er ook al zo typisch Afrikaans uit
met al die ruimte en terracotta kleuren.
Er zouden wel vijf gezinnen in passen
al moet het nog gebeuren dat er ook maar
één Afrikaan een nacht in doorbrengen zou.
Ruben van Gogh